
|
Elke saxofoon heeft een passend mondstuk nodig. Samen met het riet is het mondstuk in belangrijke mate bepalend voor de toonvorming.
Klik voor informatie over de verschillende mondstukken
die wij leveren hierboven op een merk.
Hieronder wat achtergrondinformatie over mondstukken en het ontstaan
ervan: deze informatie komt van www.music-abc.com.
Over mondstukken
De houten mondstukken van DE saxofoonuitvinder Adolphe Sax waren bedoeld voor klassieke muziek, waarbij de tonaliteit en flexibiliteit van het instrument over het hele toongebied belangrijk was. Toen de saxofoon zijn intrede deed in de dansmuziek, ontstonden vele nieuwe typen mondstukken.
Verschillende materialen
Na de eerste houten mondstukken vond men een materiaal dat nog steeds door velen als ideaal wordt bestempeld: hardrubber (eboniet). Dit materiaal is o.a. sterk en taai, waardoor het de krachten die erop inwerken, redelijk goed weet te doorstaan.
Natuurlijk werd geprobeerd om een oplossing te vinden voor de saaie grijs/zwarte kleur van dit materiaal. Dat lukt met de moderne kunststoffen prima. In de 30-er jaren slaagde altsaxofonist Arnold Brilhart daar overigens al in, met zijn witte Tonalin-mondstukken, waar o.a. Charlie Parker op speelde (goede exemplaren, voorzien van de originele, goed gevormde stropjes, zijn honderden dollars waard).
Ook begon men in die tijd te experimenteren met metaal. Vooral de uit messing vervaardigde Otto Link 'Tone Master' was bij jazzblazers als Coleman Hawkins en Ben Webster populair.
Metaal heeft het voordeel dat het beter bestand is tegen vervorming en beschadiging, maar een nadeel is de moeilijker bewerking waardoor ze ook een stuk duurder zijn. Omdat messing en speeksel niet goed samengaan is meestal een beschermende laag aangebracht van een harde lak of van 24-karaats goud. Andere mondstukken worden uit roestvrij staal, brons of zelfs keramiek gemaakt.
Op zoek naar perfectie
Dat mondstukken saxofonisten druk bezighouden blijkt uit het grote aantal mensen en firma's dat zich met ontwerpen en maken van dit essentiële onderdeel bezighoudt. Tot de bekenden behoren zeker Ron Coelho en de legendarische Jon Van Wie, die helaas in 2003 op 45-jarige leeftijd overleed.
Veel achtergrondinformatie is verder te vinden in Theo Wanne's 'Mouthpiece Heaven' en bij Paul Coates. En er bestaat uiteraard ook een speciaal forum met vragen als 'welk mondstuk is het beste?' en 'wat is de beste plaats van het riet op een mondstuk?'.
Waarschijnlijk zijn geen twee mondstukken hetzelfde, maar toch is het vreemd dat er zo weinig pogingen werden ondernomen om de jacht op het ideale mondstuk - die voor veel saxofonisten hun hele leven kan duren - op een wat meer systematische aanpak te stoelen. Dat is in elk geval de mening van Henk Rensink, die inmiddels zo'n beetje is uitgegroeid tot Nederlands nationale mondstukkenspecialist, niet alleen voor saxofoon en klarinet, maar vooral ook voor een grote verscheidenheid aan koperblazers.
Met het meten van de luchtstroom en longinhoud, de lipspanning en natuurlijk het proefblazen op een van de honderden modellen die hij voorradig heeft, kan de zoektocht drastisch worden bekort.
Mondstuk en bespeler
Ruwweg kan men twee belangrijke hoofdgebieden aan een mondstuk onderscheiden, de opening naar de bespeler toe en de ruimte daar vlak achter, ofwel de kamer.
Het eerste is het meest complex en heeft, in combinatie met het riet, ook de grootste invloed op de klank. Juist het feit dat het hier een enkelriet betreft maakt de zaak ingewikkeld - bij een dubbelriet als bij de hobo volstaat hier immers een simpel rond buisje. Het mondstuk heeft wat het riet betreft een tweeledige taak die bestaat uit zowel een krachtige ondersteuning als het verschaffen van een zo groot mogelijke vrijheid van bewegen - een echte vrijheid in gebondenheid...
Wat het echt ingewikkeld maakt is de enorme beinvloeding op de luchtstroming en dus op de acoustische eigenschappen door hele kleine variaties in de opbouw van het mondstuk. Dit in combinatie met de vele manieren waarop de bespeler invloed uitoefent op de aangedragen luchtstroom. Lichaamshouding, emotie, soort ademhaling, mondholte en stembanden, dat alles levert een bijdrage. Vergelijk het maar met een (opera)zanger(es) waar ook letterlijk alles met elkaar samenhangt. Het zijn voor een flink deel onbewuste processen, maar ook daarbij speelt oefening natuurlijk een grote rol.
Over embouchure
Onder 'embouchure' verstaat men over het algemeen alles wat een directe invloed op het riet uitoefend, zoals de gelaatsspieren, de tong en vooral de onderlip. Ze wordt verkregen door oefening, maar vooral bij de werking van die belangrijke onderlip speelt ook de weefselstructuur zelf een rol en daar kun je niets aan veranderen. Vergelijk het met hardlopers waar training vanzelfsprekend het allerbelangrijkste is, maar de structuur van de spieren uiteindelijk toch het verschil tussen winnen verliezen kunnen uitmaken. De 'vader van de tenorsax', Coleman Hawkins zei dan ook 'I was fortunate to have a strong lip'.
Dat kun je wel zeggen ja, hij speelde tenslotte op een speciaal voor hem aangepast Otto Link-mondstuk met een tip-opening van 190 (in duizendste inches), waar de meeste echt sterke spelers niet hoger dan 120-130 hanteerden. En dat dan ook nog met een zwaar riet. Een goede embouchure-oefening is overigens om met alleen het mondstuk een serie zuivere tonen voort te brengen. Zie 'Buzzing" the Saxophone Mouthpiece' van Brian Utley (compleet met een video-presentatie) en Paul Coates op 'Sax on the Web'.
De anatomie van een mondstuk
Wanneer een saxofonist druk uitoefent op het riet, dan buigt het in de lengte om de gekromde zijstukken, de 'rails', heen. Het is duidelijk dat de vorm hiervan, de 'baan', grote invloed uitoefent. Net als de opening aan de tip (=top) van het mondstuk. Dit weer in samenwerking met de elasticiteit van het riet, die bij natuurlijke rieten nooit helemaal constant zal zijn.
Een ander aspect is dat het riet met een razende snelheid heen en weer beweegt en dat dit dus flinke mechanische belastingen met zich meebrengt. Het mondstuk moet dit aankunnen en niet vervormen en ook niet snel beschadigd raken, want dat levert lekkages op langs zij- en achterkant.
De wijze waarop de luchtstroom wordt gestuurd is eveneens belangrijk en door vernauwingen kan deze ineens sterk versneld raken, het zogenaamde 'venturi-effect' dat ook bij raketmotoren een belangrijke rol speelt. Zo'n vernauwing kan worden aangebracht in de vorm van een 'baffle', een lichte uitstulping dicht bij de tip van het mondstuk, maar ook de dikte bij de tip zelf is hiervoor van belang. Het geluid krijgt door zo'n versnelling meer energie, meer power, en dat wordt vooral door veel moderne jazz- en rockspelers op prijs gesteld. Hoewel het trillen van het riet het eigenlijke geluid voortbrengt is dit allemaal van grote invloed op het karakter van de klank.
Bevestiging van het riet
Waar professionele klarinettisten nog wel eens teruggrijpen op een koordje om hun riet vast te zetten, wordt bij de saxofoon algemeen een metalen rietbinder toegepast. In de laatste tijd zie je echter ook vaker flexibele bevestigingen, die dan meestal uit een taaie kunstofsoort of het sterke neopreen worden vervaardigd. Omdat een te grote plaatselijke kracht op het riet dit inderdaad zou kunnen samenpersen, waarmee ook de trillingseigenschappen kunnen veranderen, lijkt dit niet zo gek. Men claimt verder dat door het elastischer geheel een wat donkerder klank zou ontstaan. Vaak past men trouwens ook metalen inzetstukjes toe die eveneens invloed heten uit te oefenen.
Invloed van de 'kamer'
Ook de vorm van de middelste ruimte binnen het mondstuk, heel toepasselijk de 'kamer' genoemd, werkt als een filter en beinvloedt zodoende de klank. In het algemeen leidt een grotere kamer naar een donkerder en warmer geluid en een smallere naar een wat hardere, meer geprononceerde 'presense'. Ook de vorm van de kamer kan verschillen, rond of vierkant, cylindrisch of conisch, en ook dat heeft allemaal een zekere invloed. Bij een goed ontworpen mondstuk zal men er verder naar hebben gestreeft om de tonale karakteristieken van de onderdelen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen door bijvoorbeeld geen hoge baffle te combineren met een ruime kamer.
Tot zover deze informatie...verder zult u het zelf moeten ondervinden en uitproberen..
Er is voor iedereen een passend mondstuk!
|